De EV en PV lenzen zijn lenzen voor de presbyoop.

De EV is een enkelvoudige lens met aberratie gecontroleerde optiek. Deze lens wordt gebruikt bij jong presbyopen.

Tevens kan de lens gebruikt worden om op een ongecompliceerde manier een cilinder tot C-0.75 te compenseren.

 

stralengang traditionele lens Traditioneel sferisch ontwerp   stralengang EV lens  EV, aberratie gecontroleerd

 

De PV is een multifocale zachte lens. 

 

Uitleg over de constructie en werking van de PV 

 

INHOUDSOPGAVE

 1.      Wat is de Cantor&Nissel PV lens

 2.      Lensvorm en S-curve ontwerp

 3.      Aanwijzingen voor de aanmeting van de PV lenzen

 4.      Refractie

 5.      Vaststellen van het dominante oog en iets over de pupilgrootte

 6.      Gezichtsscherpte en de ideale passing

 7.      Sterkteverdeling in de PV lenzen

 8.      Oogdominantie

 9.      Contrastgevoeligheid

10.     Probleemklanten

11.     Overzicht van eventuele moeilijkheden

12.     Nogmaals over de sterkte 

13.     Als twee PV lenzen niet goed werkt 

Terug naar inhoudsopgave

WAT IS DE PV  MULTIFOCALE CONTACTLENS ?

De PV lens is een multifocale zachte contactlens die, indien juist aangemeten, de drager de mogelijkheid biedt om op alle afstanden scherp te zien met een geleidelijke overgang van dichtbij tot veraf. Daarbij is het zicht op alle afstanden geheel onafhankelijk van de blikrichting.

Natuurlijk zicht is wat je de dragers vaak hoort zeggen bij de eerste nacontrole.

DE WERKING VAN DE PV.

Het principe van de PV lenzen berust op het bedwingen van positieve sferische aberratie.

Overweeg het volgende in relatie tot alle multifocale systemen.

  • Een zich buiten de focusafstand bevindend punt wordt op het netvlies afgebeeld als een schaduwbeeld de zogenaamde verstrooiingscirkel.
  • De grootte van deze verstrooiingscirkel bepaalt de mate van visusvermindering.
  • Indien de grootte van de cirkel wordt beperkt zal ook de visusvermindering worden beperkt.
  • De sferische aberratie is een van de belangrijkste factoren die de grootte van de verstrooiingscirkel bepalen.

Bekijk nu de PV lens. (Een gedetailleerde beschrijving van de sterkte opbouw volgt later) Het principe werkt als volgt:

DE WERKING VAN DE PV
          Deze tekening laat het centrale gebied van 2,5 mm zien.


Het stralendiagram geeft de weg weer van de stralen van een punt dichtbij en vanuit het oneindige dus niet voor de tussenafstanden. 
Het is zo dat het kleine centrale gebied voorziet in alle sterktes nodig voor de cliënt met een geleidelijk verloop van dichtbij naar veraf. Zoals afgebeeld zorgt het centrum van de lens voor een scherpe afbeelding van het nabijpunt. 
Uiteraard zal licht uit het oneindige ook door het leesgedeelte gaan (en omgekeerd) en voor het netvlies een afbeelding geven in de vorm van een verstrooiingscirkel. Maar door de gecontroleerde aberratie worden de cirkels te klein om door de cliënt te worden opgemerkt dus zal de cliënt kunnen fixeren zonder dat het nodig is andere beelden in het blikveld te onderdrukken. 
 

Terug naar inhoudsopgave

LENSVORM EN S-CURVE ONTWERP.

De PV lens combineert een enkelvoudige sferische basiscurve met een niet sferische frontcurve met unieke eigenschappen. 
Als we een conventionele lensvorm (een plus lens in dit voorbeeld) bekijken weten we dat de optische sterkte progressief toeneemt vanuit het optische centrum hetgeen sferische aberratie geeft.

conventionele lensvorm


We weten ook dat de middendikte direct evenredig is met de lenssterkte. Maar bij deze overwegingen gaan we uit van de mogelijkheden van de conventionele fabricage methoden.

In de onderstaande tekening zien we de conventionele sferische frontcurve, bij het dichter naar de rand komen, steiler worden richting basiscurve. Indien we stellen dat de basiscurve en de frontcurve ruwweg parallel zijn in het optische centrum dan moeten we accepteren dat de relatie tussen de beide curven constant verandert over de lens. De waarden van de curven zijn constant maar de relatie is progressief steiler. Het is deze factor die sferische aberratie veroorzaakt.

conventionele sferische frontcurve

De raaklijnen van voor- en achtercurve zijn in het optische middelpunt parallel maar naar de lensrand toe wordt de hoek tussen de raaklijnen steeds groter.

De S-curve is geheel anders. Hier wordt de relatie tussen de voor en achtercurve volledig gecontroleerd door het veranderen van de waarden van de curven die progressief vlakker worden in de niet sferische kromming. Iedere mate van afvlakking of versteiling kan worden bereikt. Door het afvlakken van de waarden van de curven brengt de s-curve een geleidelijk verlies van plus-sterkte teweeg die de sferische aberratie sterk reduceert. In de PV lens-vorm wordt de mate van afvlakking in het centrum verhoogd om een uiterst gecontroleerde sterkteverandering te krijgen die het sterkteverloop van verte naar nabij vormt. 
 

De S-curve

            De raaklijnen van voor- en achtercurve zijn op elk willekeurig punt parallel

Terugkomend op onze conventionele lens met sferische aberratie accepteren we dat, ondanks dat rondom de optische as de voor- en achtercurven praktisch parallel zijn, er nog altijd optische sterkte ontstaat. De geleidelijk steilere relatie en het gelijktijdig dunner worden van de lens zijn factoren die onvermijdelijk verbonden zijn met de conventionele draaibank produkten. Bij de gecontroleerde krommingsrelatie zoals bij de S-curve moeten we ons realiseren dat de dikte niet langer een belangrijke factor is in het lensontwerp. Deze lenzen kunnen zo dik of dun gemaakt worden als nodig is. De belangrijkste overweging is of de cliënt in staat is de lens goed te hanteren. 
 

Terug naar inhoudsopgave

AANWIJZINGEN VOOR DE AANMETING VAN DE PV  LENS

Basiscurven

Er zijn twee basiscurven: 8.70 mm en 9.10 mm.

Eerste paslens keuze:  K 7.40 tot 7.90 mm, neem een 8.70 mm 
K hoger dan 7.90,     neem een 9.10 mm

Het bovenstaande is slechts een richtlijn omdat corneadiameter, de mate van afvlakking van de cornea en de geometrie van de limbus en de sclera effect hebben op de passing van de lens. Dit geldt natuurlijk voor alle zachte lenzen maar bijzonder bij de PV lens is het feit dat behalve de passing ook de optische gedragingen hierdoor worden beïnvloed. Over dit laatste vindt u meer in het hoofdstuk Gezichtsscherpte en ideale passing.

Diameter: 14.00 mm

KEUZE VAN DE STERKTE

Neem de vertesterkte (Rx) en voeg hier de (vaste) additie van respectievelijk S+1.50, S+2.00 of S+2.50 aan toe. Het resultaat is de paslenssterkte zoals vermeld op het label. 
Houdt rekening met de volgende punten:

  • Het dominante oog moet een sterkte krijgen van vertesterkte + S+1.50, 2.00 of 2.50 dpt - S0.25 dpt als de passet deze lens bevat. Als dit niet het geval is moet de sterkte worden afgerond naar min. Bijvoorbeeld: de optimale sterkte is S+4.75 dpt, maar de dichtstbijzijnde paslenzen zijn S+5.00 dpt respectievelijk S+4.50 dpt. Kies voor de S+4.50 dpt lens.
  • Het niet-dominante oog moet een sterkte krijgen van vertesterkte plus S+1.50, 2.00 of 2.50 dpt als de passet deze lens bevat. Als dit niet zo is moet de sterkte worden afgerond naar plus dus tegengesteld aan het dominante oog.

Daar waar we met astigmatisme te maken hebben refactioneerd u sferisch tot de beste visus is bereikt en volgt u verder bovenstaande regels.

GEWENNINGSPERIODE

Na het inzetten van de PV paslens moet u ongeveer anderhalf uur, afhankelijk van de ervaring die de klant al met lenzen dragen heeft, wachten alvorens u de overrefractie doet. De juiste passing voldoet aan de criteria die u aan alle zachte contactlenzen stelt. Beschouw de PV lens (heel even!) als een normale daily-wear contactlens. 
 

Terug naar inhoudsopgave

REFRACTIE

Bedenk dat de rechter en linker lens een binoculair systeem vormen! 
Refractie voor optimale monoculaire visus zal meestal het binoculaire effect gedeeltelijk teniet doen. 
U moet altijd uitgaan van het dominante oog en er voor zorgen dat dit wordt voorzien van een lens met de beste sferische sterkte - S0.25 dpt.

  •  Refractioneer in een normaal verlichte ruimte.
  •  De cliënt moet beide ogen open houden, dus refractioneer binoculair.
  •  Gebruik voor de overrefractie liever een pasbril dan een phoropter.
  •  Verlicht de hele letterbak indien mogelijk.
  •  Begin niet met het laten lezen van de letters van visus 1.0 maar laat de cliënt van grotere naar de kleinere letters lezen om  zodoende te wennen aan het unieke sterktesysteem van de PV lens.
  •  De sterkte van de paslens mag niet meer dan 0.50 dpt van de uiteindelijke sterkte afwijken, vervang eventueel de paslens voor een lens met een sterkte dichterbij de vermoedelijk juiste sterkte.

Verdere notities betreffende de refractie

S 0.25 of 0.50 dpt. narefractie sterkte heeft effect op alle sterktegebieden van de PV lens, gelijkwaardig en gelijktijdig over de gehele lens. Daarom zijn kleine sterkte-veranderingen voor de klant beter waarneembaar dan degene die worden waargenomen bij conventionele lenzen. S0.25 dpt verandering kan de binoculaire visus in sommige gevallen wel met 0.2 doen veranderen! 
De PV lens heeft een niet-sferisch optisch systeem maar u gebruikt sferische glazen voor de narefractie. Narefractie sterkte boven de S 0.50 dpt heeft dan ook geen gelijkwaardig effect op alle sterktegebieden zodat het eindresultaat, in PV lenzen, onjuist zou kunnen zijn.

Correct uitgevoerde narefractie beïnvloed alle gebieden gelijkwaardig en gelijktijdig. Het is niet mogelijk om sterkte toe te voegen of af te trekken in de verte zonder ook het zicht van nabij en tussenafstanden te beïnvloeden. 
 

Terug naar inhoudsopgave

VASTSTELLEN VAN HET DOMINANTE OOG

Hier zijn meerdere methodes voor. 
Zoals de cliënt door de cirkel laten kijken die hij met duim en wijsvinger heeft gemaakt. Of de cliënt door een kaart met een gat er in laten kijken. U zult onmiddellijk zien met welk oog de cliënt door de cirkel respectievelijk het gat kijkt. Beter is de volgende methode. U laat de cliënt naar een letter laten wijzen en u dekt dan achtereenvolgens het rechter en linker oog af. Vraag wanneer de vinger verspringt en wanneer niet. Hoe u het doet maakt niets uit als u er maar achter komt welk oog dominant is.

PUPILGROOTTE

Normale pupilreactie is geen probleem met de PV lens. De pupilgrootte wordt mogelijk een probleem als de diameter groter is dan zes millimeter, gemeten bij slechte lichtomstandigheden. Dit kan resulteren in enige hinder door de meer negatieve sterkte in de periferie van de lens.

NOG ENKELE ANDERE PUNTEN

  • De PV lens is een uitzonderlijk produkt met eigenschappen die met geen enkele andere zachte contactlens kunnen worden vergeleken. Het zicht dat wordt verkregen is zo natuurlijk dat de cliënt deze eigenschappen in eerste instantie niet ten volle kan beseffen. U zult hem of haar dan ook uitdrukkelijk over de kwaliteiten moeten voorlichten.
  • Laat de cliënt zien dat het zicht onafhankelijk is van de blikrichting.
  • Demonstreer ook de mogelijkheid om op elke willekeurige afstand en blikrichting scherp te zien.
  • Het zicht zal indrukwekkend zijn, zelfs in een vroeg draagstadium.

Terug naar inhoudsopgave

GEZICHTSSCHERPTE EN DE IDEALE PASSING

Zoals we al gezien hebben is de juiste keus van de lensradius noodzakelijk voor zowel optimale passing als voor het bereiken van de maximale gezichtsscherpte.

De PV lens frontcurve die de sterkte bepaald wordt gecombineerd met de sferische basiscurve om te resulteren in een bijzonder hoog ontwikkeld optisch systeem. Om het systeem optimaal te laten functioneren mag de lens en daarmee dus ook de frontcurve niet te veel doorbuigen.

Als u bijvoorbeeld een 8.70 mm lens op een cornea van 8.20 mm plaatst zal dit vrijwel altijd een negatief effect op de visus hebben.

In de volgende tekening ziet u het buigingseffect op de gemiddelde cornea in het centrale gebied van de PV lens. 
Het voorbeeld toont een S +4.00 dpt lens die dus afloopt naar S +2.00 dpt verte-sterkte. Als de lens op een oog wordt geplaatst met een radius van 8.20 mm wordt de lenskromming in de positie AA geforceerd zodat de vertesterkte in een meer voorwaarts vlak komt te liggen. In die positie geeft dit een hoger plus effect die dichter bij de centrale nabij-sterkte van S +4.00 dpt komt. De cliënt zal in dit geval een goed nabij-zicht hebben maar heeft nu te veel plus in de verte. Een narefractie van ongeveer S - 0.75 dpt zal het zicht in de verte herstellen maar het zicht voor nabij verminderen

buigingseffect


De cornea van 8.20 mm heeft de vlakkere lens van 9.10 mm nodig waardoor het verte bereik in het juiste vlak komt te liggen.

Het omgekeerde gebeurt bij een steile cornea. De lens wordt nu in positie BB geforceerd en het vertegebied komt nu meer achterwaarts te liggen waardoor extra plus nodig is om weer een goede vertescherpte te verkrijgen. Dit komt de nabijscherpte ten goede maar de visus in de verte zal nooit stabiel worden. 
 

Terug naar inhoudsopgave

STERKTEVERDELING IN DE LENS

Binnen het centrale gebied van ongeveer 2.50 millimeter ondergaat de PV lens en geleidelijke sterkteverandering van S +1.50, +2.00 of +2.50 dpt. Deze verandering vormt de additie van S +1.50, +2.00 of +2.50 dpt die een vaste standaardwaarde is.

Het is belangrijk dat u de werking van dit sterkteblok begrijpt.

In het centrale gebied bevinden zich alle sterktes die de cliënt nodig heeft om op elke afstand scherp te kunnen zien. Daarnaast is er een gebied dat grotendeels wordt gebruikt voor vertesterkte. Verder naar de rand toe wordt de sterkte progressief meer negatief.

 sterkteverdeling in de lens

In centrale gebied is geen gelijkmatige verdeling tussen verte- en nabijsterkte. Het grootste gedeelte is vertesterkte en slechts een klein deel is bestemd voor nabij en de tussen afstanden. 
Bedenk dat er zich geen lijnen of sterktegebied-grenzen op de lens bevinden. Alle sterktes vloeien in elkaar over.

De volgende tekening laat zien hoe de sterkte verdeeld is.

centrale zone van 2,5 mm

            centrale zone van 2,5 mm 
 

Terug naar inhoudsopgave

OOGDOMINANTIE

Nog niet alles is bekend over het mechanisme en oorzaak van oogdominantie. We weten dat mensen geneigd zijn te fixeren met één oog net zoals ze rechts of linkshandig zijn hoewel deze twee niet met elkaar verbonden zijn. Ook is de gezichtsscherpte niet noodzakelijkerwijs de aanwijzing want veel mensen gebruiken juist het slechtste oog als dominant oog.

Bepaling en handhaving van de natuurlijke oogdominantie is zeer belangrijk voor een optimaal binoculair eindresultaat bij het aanmeten van de PV lenzen

Het volgende voorbeeld is zo´n situatie:

De cliënt heeft een vertesterkte van S +2.00 dpt nodig, rechts en links. 
De additie voor nabij is S +2.00 dpt. 
Zoals u weet heeft de PV lens een vaste additie van S +1.50, S +2.00 of 2.50 dpt. 
U kiest voor paslenzen met (label)sterkte S +4.00 dpt (dus additie S +2.00 dpt) 
Met de juiste bril haalt de cliënt een visus van 1.0 voor veraf en nabij. 
Met de PV 200 lenzen van S + 4.00 daalt de visus voor veraf en voor nabij naar 0.7. 
De cliënt beschrijft het zicht als nevelig en het nabijzicht als oncomfortabel met letters die voor de pagina lijken te zweven. U laat de cliënt beide ogen open houden en houdt S -0.25 voor het dominante oog. 
Resultaat: De visus is nu wel 1.0 voor zowel veraf als nabij. Het stereoscopische effect is nu ook verdwenen.

Waarom is dit zo?

Waarom heeft zo´n kleine waarde dit dramatische effect tot gevolg? En waarom geeft een negatieve toeslag een nabijvisus verbetering?

Het antwoord ligt in de oogdominantie.

In het voorbeeld geven we beide ogen een gelijke sterkte van S +2.00 dpt. Het niet dominante oog zal het dominante constant aanvechten voor afstand en voor nabij. Dit resulteert in een slechte binoculaire visus. 
Als nu S -0.25 wordt gegeven voor het dominante oog dan wordt het totale sterkteblok 0.25 dpt zwakker waardoor het dominante oog beter in staat is te overheersen over het niet dominante oog. 
Bij nabij kijken wordt de dominantie door het niet dominante oog overgenomen en wordt het dominante oog in een ondersteunende rol gedrukt.

Als de cliënt aan een oog een zeer lage visus heeft is er natuurlijk geen sprake van oogdominantie. Dan volstaat het om slechts de benodigde additie aan de vertesterkte toe te voegen om de te bestellen sterkte te verkrijgen. 
 

Terug naar inhoudsopgave

CONTRASTGEVOELIGHEID

Het is een vaststaand feit dat iedere bifocale of multifocale zachte lens een negatief effect heeft op het contrast. Dit is het meest duidelijk in simultaanvisie van bifocale lensvormen waar een scherpe scheiding bestaat tussen verte- en nabijdeel. Minder duidelijk is dit te zien bij multifocale lensvormen en het zal omgekeerd evenredig zijn met de mate van perfectie betreffende de verdeling van de verschillende sterktes.

In alle gevallen kan men zeggen dat de gevoeligheid voor contrastverlies een zeer persoonlijke zaak is. Onderzoeken met de PV lens gaven verschillende resultaten. De meerderheid van de dragers gaf aan slechts een heel klein verlies aan contrast te bemerken. Dit gaf, ook s´nachts, bij autorijden geen enkel probleem. Een klein aantal, ongeveer acht procent was zich min of meer constant bewust van een klein verlies aan contrast bij slechtere lichtomstandigheden en voelde zich ongemakkelijk bij het s´nachts autorijden. 
Cliënten moet worden geadviseerd eerst met iemand mee te rijden om zich er van te overtuigen dat hun gezichtsscherpte s´nachts voldoende is

Het moet benadrukt worden dat de PV lens geen dubbele beelden of schitteringen veroorzaakt en ook geen visus verlies geeft bij fel licht. 
 

Terug naar inhoudsopgave

"PROBLEEM"; CLIËNTEN"

Sommige problemen die gezien werden vlak na de introductie van de PV lens waren ontstaan doordat de cliënten ongeschikt waren. 
Meet de lenzen aan volgens de aangegeven parameters en denk goed na voor u cliënten die een of meer van de onderstaande contra-indicaties heeft PV lens lenzen aanmeet.

Contra-indicaties

1. Emmetropen. 
2. Laag hypermetropen. 
3. Dragers die al langdurig een mono-vision systeem gebruiken. 
4. Cornea-cylinders groter dan C 2.00 dpt. 
5. leesadditie hoger dan S 2.50 dpt. 
6. Gedecentreerde cornea-top of gedecentreerde pupil. 
7. Visusverschil tussen rechts en links groter dan 0.2 
8. Dragers die al heel lang niet gasdoorlaatbare vormstabiele lenzen dragen. De cornea is dan vaak vervormd. 
9. Dragers met slecht passende vormstabiele lenzen.

Verder uitgewerkt, 
1. Emmetropen hebben vaak een hoge visus. Iedere contactlens kan een onacceptabele visusvermindering veroorzaken. U hoeft niet bij voorbaat te denken dat het bij zo’n cliënt niet zal lukken maar...let goed op. 
2. Laag hypermetropen kunnen gedurende langere tijd hun accommodatie hebben vastgehouden. Na enkele weken kan een hogere sterkte nodig zijn. 
3. Het kan enkele weken duren voordat mono-vision dragers zich hebben hersteld van de effecten die zijn ontstaan door het onderdrukken van het niet dominante oog voor veraf. Wennen zal moeilijker gaan en langer duren. 
4. Niet aan beginnen. 
5. Ook niet mogelijk, de maximale additie is S +2.50. 
6. De pupil en cornea-top moeten ongeveer in een lijn liggen. 
7. Als het verschil groter is dan 0.2 wordt de kans van slagen kleiner. 
8. Pas op! Laat de cliënt de lenzen langere tijd niet dragen. Als u dit niet doet is de kans groot dat u enkele weken na de aanmeting helemaal opnieuw kunt beginnen. 
9. Zie punt 7. 
 

Terug naar inhoudsopgave

OVERZICHT VAN EVENTUELE MOEILIJKHEDEN

Symptomen

Oorzaken

Mogelijke oplossing

Slecht verte zicht en goed nabij zicht of omgekeerd.

Niet de juiste sterkte.  
 

Onjuiste balans.  
 

Te diepe passing.

Refractioneer opnieuw.  
 

Controleer nogmaals de dominantie en breng de strekte in balans 

Neem en vlakkere lens

Slecht zicht in de verte en nabij.

Onjuiste sterkte. 

Onjuiste balans.  
 

Te vlakke passing

Refractioneer opnieuw 

Controleer nogmaals de dominantie en breng de sterkte in balans. 

Neem een diepere lens.

Dubbelbeelden

Onjuiste balans.  
 

Te vlakke passing.

Te veel plus in het systeem.

Controleer nogmaals de dominantie en breng de sterkte in balans. 

Neem een diepere lens 

Voeg meer min toe

Spookbeelden

Onjuiste balans.  
 

Te veel plus in het systeem.

Controleer nogmaals de dominantie en breng de sterkte in balans.

Voeg meer min toe

Stereoscopisch effect voor nabij

Onjuiste oogdominantie balans.

Voeg min toe aan het dominante oog.

Wisselend beeld

Passing te diep of veel te vlak.

Pas opnieuw aan.

Oncomfortabel

Beschadigde lens.

Vervang de lens.

Terug naar inhoudsopgave

NOGMAALS OVER DE STERKTE

Omdat de PV een vaste additie heeft van S +1.50, 2.00 of S +2.50 dpt zal een cliënt met een verte sterkte van bijvoorbeeld S +3.00 dpt een lens nodig hebben met een sterkte op het label van respectievelijk S+4.00, +5.00 of 5.50 dpt. Dit is de topsterkte; want de maximale leesadditie bevindt zich in het centrum van de lens.

U moet dus als u een lens besteld de verte sterkte optellen bij de additie van respectievelijk S +1.50, 2.00 of S 2.50 dpt. De som is dan de sterkte die u moet bestellen. 

Voorbeeld: De klant heeft S +2.50 voor de verte nodig. De leesadditie bedraagt S+1.50. U dient dan de volgende lens te bestellen: PV 150 S +4,00
 

Terug naar inhoudsopgave

ALS TWEE PV LENZEN NIET WERKT

Als u geen goed resultaat behaalt met twee PV lenzen kunt u "Enhanced monovision" toepassen.

Voor het dominante oog meet u een enkelvoudige lens aan. Liefst een met aberratie gecontroleerde optiek zoals een EV.

Voor het niet dominante oog meet u een PV aan.

De klant kijkt dus met beide ogen in de verte waardoor de visus binoculair onveranderd blijft. Nabij kijkt de klant met het niet dominante oog.

 

LEVERINGSPROGRAMMA

 

Basiscurve: 8.70 en 9.10 mm 
Sterkte      : -10.00 dpt tot en met +10.00 dpt, oplopend per 0.25 dpt. 
Let op dit is de nabij-sterkte, deze wordt op het label vermeld. 
Diameter   : 14.00 mm 
Materiaal   : HEMA 38%